
COT-data: werken de Commitments of Traders nog?
Dankzij de boeken van Larry Williams en Floyd Upperman over de Commitments of Traders zijn COT-data zijn bij veel traders bekend. Weinig particuliere traders houden rekening met deze data, en nog minder traders gebruiken ze in hun analyses. Critici van de methode kregen wind in de zeilen toen in 2008 extreme waarden opdoekn, zonder dat de verwachtte koersbeweging volgde. Zijn de COT-data dan niet meer zo waardevol als voorheen?
Dit artikel legt eerst uit wat er in de COT-data staat. Daarna toont het aan de hand van voorbeelden uit de grondstoffenhausse van 2007/2008 waarom het antwoord vooral afhangt van de invalshoek van de trader.
Het belangrijkste in het kort
1. COT-data (Commitments of Traders) tonen elke week hoe commercials, large speculators en kleine marktdeelnemers op de Amerikaanse termijnbeurzen gepositioneerd zijn.
2. Commercials handelen meestal anticyclisch om zich in te dekken, large speculators eerder trendvolgend.
3. Wie met COT-data alleen naar trendomkeringen zoekt, wordt vaak verrast door sterke trends.
4. In een opwaartse trend leverde de afbouw van de shortpositie van de commercials tijdens correcties herhaaldelijk instapkansen in de richting van de trend op.
5. COT-data zijn geen timing instrument. De trend blijft de belangrijkste informatie.
1. Wat zijn COT-data?
COT-data zijn wekelijkse statistieken van de Amerikaanse toezichthouder CFTC (U.S. Commodity Futures Trading Commission) die tonen hoeveel termijncontracten verschillende groepen marktdeelnemers aanhouden. De afkorting staat voor „Commitments of Traders”. De CFTC houdt toezicht op de termijnbeurzen in de Verenigde Staten.
De data worden telkens op dinsdag na het sluiten van de beurs verzameld, verwerkt en op vrijdag gepubliceerd, doorgaans om 15.30 uur Washingtonse tijd (21.30 uur Midden-Europese tijd). Tussen peildatum en publicatie zitten dus drie dagen. In het klassieke COT-rapport onderscheidt de CFTC drie groepen, aangevuld met een speciaal rapport voor indexfondsen.
Commercials
Commercials zijn marktdeelnemers die de termijnmarkt gebruiken om zich in te dekken tegen risico's uit hun eigenlijke activiteiten. Meestal zijn dat producenten of verwerkers van een bepaalde grondstof. In de financiële sector kunnen het ook banken of verzekeraars zijn, op de valutamarkt internationaal actieve ondernemingen. Eenvoudig gezegd: wie de termijnbeurs gebruikt om zich in te dekken (hedging), behoort tot de commercials.
Non-commercials (large speculators)
Non-commercials zijn grote speculatieve marktdeelnemers van wie de posities de door de CFTC vastgelegde meldingsdrempel („reportable level”) overschrijden. Ze worden vaak ook large speculators genoemd. Tot deze groep behoren vooral fondsen, hedgefondsen en vermogende particuliere beleggers.
Nonreportable positions (small speculators)
De derde groep omvat alle marktdeelnemers die niet tot een van de twee andere groepen behoren, omdat hun posities onder de meldingsdrempel liggen. Officieel heet ze „nonreportable positions”, bepaald geen vleiende benaming. In grafieken verschijnt ze vaak als „Small Spec”. Ze gaat van de kleinste trader die één E-mini S&P 500-future handelt tot kleinere hedgefondsen.
Commodity index traders (CIT-rapport)
Sinds 5 januari 2007 publiceert de CFTC bovendien het CIT-rapport (Commodity Index Trader Report). Het bundelt de posities van de indextraders, dus van de fondsen die een grondstoffenindex volgen. Door de grote populariteit van indexgebonden producten zijn er grote bedragen naar deze fondsen gevloeid. Hun invloed op de grondstoffenmarkten was daardoor al in 2008 voelbaar.
Stand van vandaag: het hier beschreven klassieke rapport („Legacy Report”) verschijnt nog steeds. Sinds 2009 publiceert de CFTC daarnaast fijner opgedeelde rapporten, zoals het „Disaggregated Report” met groepen als Producer/Merchant, Swap Dealers en Managed Money. Het basisidee van de analyse blijft hetzelfde.
2. Hoe gedragen commercials en large speculators zich?
Commercials handelen overwegend anticyclisch, large speculators overwegend trendvolgend. Voor traders is het interessant dat de motieven van de afzonderlijke groepen bekend zijn. Uit de data proberen ze daarom af te lezen waar de grote geldstromen naartoe gaan, om die te volgen. Vereenvoudigd gedragen de groepen zich als volgt:
- Commercials: ze verkopen in stijgende prijzen (gaan short) om het hoge prijsniveau voor hun fysieke goederen vast te leggen. Landbouwers verkopen hun oogst op de termijnmarkt, mijnbouwbedrijven hun toekomstige productie. In dalende markten kopen andere commercials (gaan long) om lage prijzen vast te leggen. Zo dekt een graanverwerker zijn behoefte op lange termijn in of een autofabrikant zijn behoefte aan staal.
- Large speculators: deze groep is strikt winstgericht en handelt daarom meestal trendvolgend. In stijgende markten bouwt ze longposities op, in dalende markten shortposities.
- Commodity index traders: ze volgen alleen een of meer indices en gedragen zich op de termijnmarkt eerder passief. Hun posities veranderen bij wijzigingen in de samenstelling van de index of wanneer er kapitaal naar indexproducten toe- of wegvloeit.
- Nonreportable positions: hun gedrag is niet precies te bepalen, omdat hier te veel verschillende deelnemers samenkomen. Een trader met één enkel S&P 500-contract hoort er net zo goed bij als een kleiner fonds met 500 contracten. Beide hetzelfde gedrag toeschrijven, heeft weinig zin.
| Categorie | Typische deelnemers | Typisch gedrag | Betekenis voor traders |
| Commercials | producenten, verwerkers, banken, ondernemingen | anticyclisch, indekking | hoog, vooral veranderingen in de positie |
| Large speculators (non-commercials) | fondsen, hedgefondsen, vermogende particulieren | trendvolgend | gemiddeld, bevestigt de trend |
| Commodity index traders | indexfondsen | passief, volgt kapitaalstromen | toont geldinstroom in grondstoffen |
| Nonreportable positions (Small Spec) | particuliere traders, kleine fondsen | niet eenduidig | laag |
3. Werken de COT-data vandaag nog?
Ja, de COT-data werken nog steeds, maar alleen als u ze leest in samenhang met de onderliggende trend. Tijdens de grondstoffenhausse van 2007/2008 voerden veel traders het tegenargument aan: de COT-data zouden niet meer 'werken' en hun waarde hebben verloren. Ze gaven daarbij voorbeelden die die stelling op het eerste gezicht bevestigen.
Een zo'n voorbeeld toont afbeelding 1: het verloop van de sojabonenfutures op de CBOT (nu onderdeel van de CME Group) met de bijbehorende COT-data. De positie van de indextraders is weggelaten. Opvallend is dat de prijzen sinds oktober 2006 sterk zijn gestegen. Tegelijk gingen de commercials (rode lijn) zoals verwacht naar de shortkant.
Critici wezen erop dat grote shortposities van de commercials in het verleden steeds tot een trendomkeer leidden, maar dat die bij sojabonen uitbleef. Daar komt bij: de commercials hielden een recordshortpositie aan, en ook zulke historisch hoge shortposities gingen vroeger telkens kort daarna gepaard met trendomkeringen (rode verticale lijnen in afbeelding 1).
Dit fenomeen was ook bij andere grondstoffen te zien. De critici concludeerden dat eerdere ervaringen niet meer overdraagbaar waren en dat de COT-data hun status als „glazen bol” kwijt waren. Oppervlakkig bekeken klinkt dat logisch. Wie de marktsituatie kritisch bekijkt, ziet echter al snel een ander beeld.
4. Waarom zijn oude COT-waarden niet meer direct te vergelijken?
Oude COT-waarden zijn niet direct te vergelijken, omdat de open interest van veel grondstoffen sterk is gestegen. De open interest is het aantal openstaande termijncontracten in een markt. Hij toont dat de belangstelling van beleggers voor de grondstoffenmarkten in de jaren vóór 2008 gestaag was toegenomen. Tussen 2004 en begin 2008 steeg de open interest als volgt:
| Grondstoffen | Stijging van de open interest 2004 tot begin 2008 |
| Katoen | +256% |
| Sojabonen | +246% |
| Maïs | +244% |
| Levend vee (live cattle) | +182% |
| Cacao | +138% |
| Ruwe olie | +135% |
| Koffie | +133% |
| Goud | +122% |
De lijst kan naar believen worden aangevuld. Ook afbeelding 2 toont aan de hand van sojabonen hoeveel geld er naar deze markt is gevloeid.
Alleen al daarom is het nauwelijks mogelijk historische waarden op de huidige situatie toe te passen. Een shortpositie van 100.000 contracten had in 2008 een veel kleinere betekenis dan vijf jaar eerder. Wie COT-data analyseert, bekijkt posities daarom best in verhouding tot de open interest of tot hun eigen bandbreedte van de laatste jaren, niet als absoluut getal.
5. Trendomkeer of instap in de trend: hoe lezen traders COT-data correct?
Dezelfde COT-data geven afhankelijk van de invalshoek heel verschillende signalen. Het eigenlijke probleem is dat veel traders een trendomkeer zo vroeg mogelijk willen herkennen, in plaats van een bestaande trend te benutten. Ter illustratie bekijken we twee traders:
- Trader A zoekt altijd naar een mogelijk keerpunt in de trend.
- Trader B wil in een gevestigde trend instappen, in de richting van die trend.
De uitvergrote sojabonengrafiek in afbeelding 3 laat zien waar beiden op letten. De rode verticale lijnen markeren punten waarop trader A alert wordt. Trader B wordt alert bij de groen gemarkeerde punten.
Trader B kijkt naar een vermindering van de shortpositie van de commercials en ziet daarin een instapkans in de bovenliggende trend. Trader A let daarentegen altijd op de shortpositie zelf en op nieuwe historische extremen ervan. Beiden analyseren dezelfde data, maar trekken er totaal verschillende conclusies uit.
| Aanpak | Trader A: zoekt de trendomkeer | Trader B: zoekt de instap in de trend |
| Observeert | absolute omvang van de shortpositie van de commercials, nieuwe extremen | afbouw van de shortpositie van de commercials tijdens correcties |
| Handelt | tegen de trend in | met de trend mee |
| Resultaat bij sojabonen 2007/2008 | herhaaldelijk verrast door de doorlopende trend | meerdere instapkansen in de gevestigde trend |
| Grootste risico | een sterke trend loopt langer door dan verwacht | de correctie wordt een echte trendomkeer |
Is de kritiek van trader A, „de COT-data werken niet meer”, dus terecht? Of komt ze alleen voort uit een verkeerde kijk op het grotere geheel?
Het zoeken naar trendomkeringen is juist bij beginners wijdverbreid. Wie de instap in een trend heeft gemist, probeert de vermeend „onvermijdelijke” tegenbeweging vroeg te herkennen en in te stappen. Dat de trend alleen corrigeert en daarna doorloopt, overwegen veel traders niet eens. Het fenomeen doet zich in alle markten voor. Zo misten veel traders vanaf 2003 de instap in de aandelenmarkten. In plaats van correcties in de jaren daarna te benutten om in te stappen, probeerden ze elke nieuwe top te verkopen, omdat het „nu toch weer omlaag moest”. Op de grondstoffenmarkten is hetzelfde gedrag te zien. Wat daarbij over het hoofd wordt gezien, is het grotere geheel.
Of u zulke situaties herkent, oefent u het best zonder kapitaal in te zetten: zet de grondstoffengrafieken op in de gratis realtime demo van het NanoTrader-platform en noteer bij elk wekelijks rapport of de commercials hun positie tijdens een correctie afbouwen.
6. Waarom is het grotere geheel zo belangrijk?
Afzonderlijke markten volgen meestal de trend van hun volledige beleggingscategorie, in plaats van ertegenin te gaan. Uit de aandelenwereld is dat bekend: in haussefasen stijgen ook aandelen waarvan men dat na analyse van de onderneming nauwelijks zou verwachten. Denk maar aan de vele bedrijven van de Duitse Neuer Markt eind jaren 1990. Omgekeerd dalen in een baisse ook veel aandelen van goed gepositioneerde ondernemingen met stijgende winsten. Bij grondstoffen is dat niet anders. Ook hier heerst een zekere groepsdwang.
Afbeelding 4 toont de Reuters-CRB-index, een van de oudste grondstoffenindices ter wereld. In de hier getoonde klassieke versie bestond hij uit 17 op termijnbeurzen verhandelde grondstoffen. Het is duidelijk te zien dat grondstoffen als beleggingscategorie zich sinds 2001/2002 in een opwaartse trend bevonden.
Heeft het in die omstandigheden wel zin om naar shortinstappen te zoeken? Of zoekt u in een bullish klimaat beter naar de grondstoffen waar instappen aan de longkant zich aandienen? Afbeeldingen 5 en 6 tonen daarvan twee voorbeelden.
7. Praktijkvoorbeelden: COT-data bij maïs en ruwe olie
Bij maïs en ruwe olie ging in 2007 een duidelijke afbouw van de shortpositie van de commercials vooraf aan een nieuwe opwaartse beweging.
Maïs 2007: afbouw van de shortpositie tijdens de correctie
Na een prijsstijging volgde bij maïs in 2007 een correctie van vier maanden. In die periode verminderden de commercials hun shortpositie zeer duidelijk (pijl in afbeelding 5). Dat pleitte voor een nieuwe longinstap of leverde daarvoor een goede setup op. Daarna steeg de prijs tot februari 2008 met ongeveer 70%.
Ruwe olie 2007: instapkansen in elke correctie
Iets soortgelijks was in 2007 te zien bij ruwe olie (crude oil). In elke prijscorrectie bouwden de commercials hun shortpositie af, soms zeer duidelijk. Voor traders die in de bovenliggende trend wilden instappen, bood zich daarbij telkens een goede gelegenheid aan (groene lijnen in afbeelding 6).
Deze voorbeelden kunnen naar believen worden aangevuld. Ook begin 2008 waren weer zulke bewegingen te zien, die de auteur beschouwde als aanwijzing voor verdere stijgingen bij enkele grondstoffen.
Hoe we dit vandaag bekijken: ook sterke trends eindigen
De grondstoffenhausse bereikte in de zomer van 2008 haar hoogtepunt. In de tweede helft van 2008 daalden veel grondstofprijzen sterk; ruwe olie verloor tot eind 2008 meer dan twee derde van zijn hoogste niveau. Wie met COT-data in de richting van de trend instapt, heeft daarom altijd een stop-loss nodig, dus een order die de positie bij een vastgelegde koers automatisch sluit. Bij koerssprongen (gaps), bijvoorbeeld na weekends of rapporten, kan de uitvoering ook duidelijk onder de stopkoers liggen. Bij futures kunnen verliezen de inleg overschrijden.
Conclusie: COT-data werken, als u rekening houdt met de trend
De analyse van de wekelijkse COT-data blijft voor traders een goed hulpmiddel om de bewegingen van het grote geld te volgen. Dat de data „niet meer werken”, valt geenszins vast te stellen. Traders bekijken de data wel altijd best in de bredere context. De trend blijft daarbij de belangrijkste informatie.
COT-data zijn geen timinginstrument en zijn dat ook nooit geweest. Ze zijn fundamentele informatie die toont in welke markten er mogelijk sprake is van onder- of overwaardering. In een hausse op de grondstoffenmarkten gaan traders wel voorzichtig om met het begrip „overgewaardeerd”, want de kracht van een bullmarkt valt niet te onderschatten.
Grondstoffen kunt u rechtstreeks via futures of via CFD's op grondstoffen handelen. Beide producten werken met een hefboom, die winsten en verliezen in gelijke mate versterkt. Test uw analyse van de COT-data eerst op een gratis demorekening. Hoe u trends, correcties en instappen in de praktijk analyseert, ziet u in de gratis tradingwebinars van WH SelfInvest.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Wanneer verschijnt het COT-rapport?
Het COT-rapport verschijnt elke vrijdag, doorgaans om 15.30 uur Washingtonse tijd, dus 21.30 uur Midden-Europese tijd. Het geeft de posities weer op de voorafgaande dinsdag. Bij publicatie zijn de data dus drie dagen oud. Valt er een Amerikaanse feestdag in de week, dan stelt de CFTC de publicatie meestal een of meer dagen uit.
Voor welke markten zijn er COT-data?
COT-data bestaan voor alle futuresmarkten op Amerikaanse termijnbeurzen waar voldoende marktdeelnemers meldingsplichtige posities aanhouden. Daartoe behoren landbouwgrondstoffen zoals maïs, sojabonen en tarwe, energie zoals ruwe olie en aardgas, metalen zoals goud en zilver, en financiële futures op aandelenindices, rente en valuta. Voor markten die alleen in Europa worden verhandeld, bevat het Amerikaanse rapport geen data.
Wat betekent een grote shortpositie van de commercials?
Een grote shortpositie van de commercials betekent vooral dat producenten hun toekomstige goederen tegen hoge prijzen indekken. Het is geen automatisch verkoopsignaal. In sterke opwaartse trends kan de shortpositie lange tijd recordwaarden bereiken, terwijl de prijzen verder stijgen. Meer zeggingskracht heeft vaak de verandering van de positie, bijvoorbeeld een duidelijke afbouw tijdens een correctie.
Zijn COT-data geschikt voor daytraders?
COT-data zijn maar beperkt geschikt voor daytraders, omdat ze wekelijks verschijnen en bij publicatie al drie dagen oud zijn. Ze beschrijven de positionering van grote marktdeelnemers op middellange tot lange termijn. Daytraders kunnen ze hooguit als achtergrondinformatie gebruiken om de bovenliggende richting van een markt in te schatten, en handelen dan bij voorkeur in die richting.
Wat is de COT-index?
De COT-index zet de huidige nettopositie van een groep af tegen haar bandbreedte in een terugblikperiode, bijvoorbeeld drie jaar. Hij wordt meestal weergegeven op een schaal van 0 tot 100. Waarden dicht bij 100 tonen een voor die periode extreem hoge netto longpositie, waarden dicht bij 0 een extreem hoge netto shortpositie. Zo worden markten met een verschillende open interest vergelijkbaar.
Kunt u alleen met COT-data traden?
Alleen met COT-data traden is niet zinvol, omdat ze geen timing geven. Ze tonen hoe grote marktdeelnemers gepositioneerd zijn, maar niet wanneer de prijs beweegt. Voor instap, stop en uitstap hebt u daarnaast technische analyse nodig, bijvoorbeeld trend, steun en weerstand. Een vast risicobeheer met stop-loss blijft ook bij goede COT-signalen onmisbaar.
Waar vind ik de COT-data?
De COT-data worden elke week gratis gepubliceerd door de Amerikaanse toezichthouder CFTC, als tabellen en tekstbestanden. Veel grafiek- en handelsplatformen verwerken de data bovendien grafisch en tonen ze als indicator onder de koersgrafiek, opgesplitst in commercials, large speculators en small speculators. Zo kunt u positiewijzigingen rechtstreeks vergelijken met het koersverloop.
Dit artikel van Jens Rabe verscheen oorspronkelijk in het Duitstalige TRADERS´ Magazin, editie 04/2008, en werd voor deze publicatie licht bewerkt en vertaald. Marktgegevens en voorbeelden geven de situatie van begin 2008 weer.
Risicowaarschuwing: Effecten zijn onderhevig aan koersschommelingen. De handel in financiële instrumenten met hefboom, zoals futures en CFD's, brengt aanzienlijke risico's op verlies met zich mee; bij futures kunnen verliezen de inleg overschrijden. In het verleden of op een demoplatform behaalde winsten bieden geen garantie voor toekomstige winsten. De praktijkvoorbeelden zijn historisch, vereenvoudigd en weergegeven zonder transactiekosten. Dit artikel is geen beleggingsadvies.
Welkom!
Kies zoals velen ook voor WH SelfInvest
Start met trading
Open snel en eenvoudig je rekening
Bespaar veel geld
100 gratis trading strategieën
Legendarische service
Open nu een rekeningLegendarische service
Onze futures specialisten zijn 14 uur per dag bereikbaar. U contact opnemen via telefoon, e-mail of chat. U wordt altijd direct geholpen, er is geen wachttijd. WH SelfInvest is bekend voor een legendarische service.
Actief beleggen leren
Ook als u nog geen klant bent, kunt u al deelnemen aan een beperkt aantal gratis webinars. Een overzicht vindt u in de kalender.
Populair
De broker met hoogwaardige vergunningen

WH SELFINVEST S.A., opgericht in 1998, heeft een broker vergunning (nr. 42798), een commissionaire vergunning (nr. 36399) en een vermogensbeheer vergunning (nr. 1806) uitgereikt door het Luxemburgse Ministerie van Financiën. Het bedrijf staat onder toezicht van de “Commission de Surveillance du Secteur Financier". Gebaseerd op een Europees paspoort heeft het bedrijf: een bijkantoor in Frankrijk (Nr. 18943 acpr) dat eveneens onderworpen is aan het toezicht van de "Autorité de Contrôle Prudentiel et de Résolution" (ACPR) en de "Banque de France" en een bijkantoor in Duitsland (nr. 122635) dat eveneens onderworpen is aan het toezicht van de "Bundesanstalt für Finanzdienstleistungsaufsicht" (BAFIN). Verder heeft WH SelfInvest een representatiekantoor in Zwitserland dat eveneens onderworpen is aan het toezicht van de "Swiss Financial Market Supervisory Authority" (FINMA), en representatiekantoren, op basis van het Europees paspoort, in België en Nederland die aangemeld zijn bij de bevoegde autoriteiten.